De verloren vingers die niemand terughaalde
Ze zit wiegend in de hoek.
Niet een beetje ongemakkelijk, maar alsof ze daar al jaren zit.
Van voor naar achteren met opgetrokken benen.
Armen er beschermend omheen.

Wat je gezin wegkeek, leeft door in jouw relaties.
Tot je stopt met dragen wat nooit jouw last was.
Zonder tranen, stil huilend.
Het soort huilen dat ooit is gestopt omdat niemand kwam kijken.
Elke keer als ik dichterbij kom, schuift zij weg richting de deur.
Haar lijf en ziel vertrouwen mij terecht nog niet.
De opstelling staat als een slecht geheim in de ruimte
De opstelling van het gezin herkomst maakte een wending die alle dichte lucht bij aanvang verklaard.
Stoelen in een kring met de ruggen naar elkaar.
Gesloten circuit.
Alsof liefde ooit aanwezig was...
Maar zich daarna collectief heeft omgedraaid.
Als niemand kijkt, blijft het kind dragen
Eén stoel niet, die kijkt.
Gefixeerd op het midden.
Alsof daar nog iets ligt wat niemand wil oproepen.
Ik voel de crunch van nietig en lef in mijn lijf.
Dit is waar ik als coach denk: "Wie ben ik om iets open te breken?"
En tegelijk; "Wat ben ik waard als ik het niet doe?"
Vanuit mijn tenen kruipt de spanning met kou omhoog.
Mijn adem stokt en mijn ooglid trilt.
Ik weet de volgende stap.
Kan ik hem ook zetten zonder haar te verliezen?
We zitten in stilte.
Een ongemakkelijke, eerlijke stilte.
Precies goed.
Nabijheid wordt gevaar als grenzen ooit ontbraken
“Het is tijd voor de volgende stap,” zeg ik.
Ze schudt haar hoofd.
“Ja… ik wil het niet.”
Ik glimlach flauw.
“Dat geloof ik meteen. Ik wil het eigenlijk ook niet.”
Even ontspant er iets.
Humor.
Op het verkeerde moment, maar zo helpend om lucht in de ruimte te brengen.
“Mijn vraag gaat pijn doen.
Zacht of hard gebracht… Dat maakt weinig verschil.”
Ze zucht.
“Ik wil het… en ik wil weg.”
“Mooi,” zeg ik. “Dan zijn we met z’n tweeën harriewarrie.”
Liefde zonder bedding is opnieuw verliezen
Haar handen liggen op haar onderbuik.
Alsof haar lichaam iets bewaakt wat ooit is binnengedrongen zonder toestemming.
Ze kijkt me aan met zo’n blik die vraagt: "blijf je staan?"
Ik knik.
“Ik ben er. In jouw tempo.”
Dan opent ze voorzichtig, zacht.
Bang dat het opnieuw gebeurt.
“Ik ben misbruikt.”
De ruimte wordt kleiner.
“Wist je gezin het?” vraag ik.
Ze knikt.
“Ja. Maar ik moest niet zeuren.”
Daar is ‘ie.
De zin die meer kapot maakt dan de daad zelf.
“Hij was dertien. Ik acht. Zo zijn jongens nou eenmaal.”
Wat niét erkend wordt, blijft zich herhalen
Ik slik.
Niet omdat ik het niet ken.
Maar omdat het nooit went.
“Ze hebben met hem gepraat. Klaar.”
Voor hen.
Voor haar begon het daar pas.
De beerput is open en moet nu leeg.
Ze verteld op vlakke toon met heen en weer schietende ogen verder.
Losgekoppeld alsof ze over een goeie film praat.
Misbruik stopt niet waar het gebeurde
Tot haar lijf het overneemt.
"Zijn vingers..."
Ze schiet overeind.
Krampend met haar hele lijf.
Paniek, zoeken, bewegen: "Waar ben ik veilig?"
Bonkend tegen de muur.
Ze slaat, zoekt, vlucht.
Ik blijf op gepaste afstand.
Niet omdat ik niet wil helpen.
Maar omdat te dichtbij hier hetzelfde voelt als toen.
Haar lijf herinnert wat haar mond verzwijgt
Ze zakt langs de muur naar beneden.
Ik volg.
Met meters ruimte tussen ons.
Altijd die ruimte.
Langzaam schuif ik iets dichterbij.
Tot waar het kan.
Daar zitten we.
Twee mensen.
Met een verleden dat we niet delen, maar wel dragen in dit moment.
“Ik kan niet meer,” zegt ze. Daar komt het tranendal.
Rauw en hard.
Eindelijk van haar.
Heling begint waar iemand wel blijft kijken
Dit was geen gewone sessie van de wasstraat voor de ziel.
Dit bleek een begin.
Van een jaar optrekken.
Van laagjes pellen die nooit bedoeld waren om alleen te dragen.
Soms ging het vooruit, Soms achteruit.
Soms stonden we stil en noemden we het groei.
Haar vriend wist van niets.
Tot ze besloot dat ze niet langer alleen wilde dragen wat haar nooit alleen toebehoorde.
We vertelden het samen.
Wat niet erkend wordt, herhaald zich in relaties
Ik ken zelf respectvolle liefde.
Dat is wat hij koos.... Blijven.
Niet oplossen. Niet redden.
Gewoon blijven staan waar het ongemakkelijk wordt.
Veiligheid zit niet in oplossen, maar in aanwezig blijven
Hij noemt haar de liefde van zijn leven.
En zegt: “Dus moet ik leren hoe ik bij haar kan zijn… zonder haar pijn te worden."
Ze leren nu samen.
Dat samensmelten geen liefde is als je jezelf verliest.
Dat afstand soms veiliger is dan nabijheid.
Dat liefde… ook kan bestaan uit wachten.
Op het moment dat haar lijf niet meer weg hoeft.
Als iemand dichterbij komt.
Voel je dat jouw lijf nog draagt wat nooit van jou was?
Ontwijkt jouw systeem liever de pijn?
Maak dan een afspraak voor een gratis intake.
In onze
👉 Wasstraat voor de ziel 👈
Kijken we zacht, eerlijk en zonder omwegen naar wat je lijf wil vertellen.
Blijf niet langer alleen dragen wat gezien wil worden.
We ontmoeten je graag,
Rijna ( en natuurlijk Bodo)






